Loonkostenontwikkeling

11-01-2017

Iedereen is weer nieuwsgierig wat er in het nieuwe jaar ‘onder aan de streep’ overblijft op zijn of haar loonstrookje. Gaan we er op vooruit, zoals voor het merendeel was voorzien op Prinsjesdag? Of valt het toch tegen en gaan de plannen voor de gedroomde reis of de nieuwe keuken de ijskast in?
Werknemers met een bruto maandinkomen van € 1200 tot € 9800 gaan er gemiddeld gezien allemaal op vooruit. Werknemers met een laag inkomen en de gepensioneerde werknemers onder ons profiteren hier het meest van. 

Ook voor u als werkgever is het weer een nieuw jaar, waarin de werkgeverskosten wijzigen t.o.v. vorig jaar. Is er (extra) ruimte om te investeren of moet de hand op de knip gehouden worden?

Wij hebben voor u enkele feiten op een rij gezet.

We zien een stijging in de premie voor de Werkloosheidswet en de basispremie WAO/WIA (resp. 0,2% en 0,28%) t.o.v. 2016. Maar ook een daling van de premie Zorgverzekeringswet. De werkgeversheffing is 0,10% lager dan in 2016. Deze vermindering geldt ook voor bijdrage ZVW door de zelfstandigen en gepensioneerden onder ons.

De premie voor het sectorfonds is afhankelijk van het werkloosheidsrisico binnen uw bedrijfstak.
Met name in de agrarische sector en het schildersbedrijf zien we een forse daling in de premie voor het sectorfonds. Ook in de bouw, metaalindustrie, detailhandel, horeca, gezondheid geestelijke en maatschappelijke belangen en de uitzendbureaus vindt er een daling in de premie plaats.

Bedrijfstakken waarin een stijging te zien is, zijn o.a. de elektrotechnische industrie en de grafische industrie.

Net als de premie voor het sectorfonds, is ook de gedifferentieerde premie WHK (werkhervattingskas) afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidsrisico binnen uw bedrijfstak. Werkgevers in o.a. de sector agrarisch, bouw, metaal- en technische industrie, detailhandel, horeca, uitzendbedrijven en het schildersbedrijf profiteren van een dalend premiepercentage.

O.a. de metaalindustrie, elektrotechnische industrie, reiniging en gezondheid geestelijke en maatschappelijke belangen hebben te maken met een stijgende premie WHK.

Overigens gelden bovengenoemde wijzigingen voor de kleine werkgevers met een loonsom tot € 322.000.

Voorts hebben veel werkgevers te maken met een bedrijfstak gerelateerde pensioenregeling.
Hier zien we een stijging bij o.a. de detailhandel en de elektrotechnische industrie. Nagenoeg gelijkblijvende premies gelden voor o.a. de agrarische sector, horeca en de sector gezondheid en welzijn.

Tot slot willen wij afsluiten met een meevaller voor alle werkgevers met personeel met een laag  loon. Zij kunnen in aanmerking komen voor de loonkostensubsidie ‘Lage-inkomensvoordeel’. In het kort komt dit erop neer dat u een tegemoetkoming van € 1,01 per uur (met een maximum van € 2.000 per jaar) kunt ontvangen voor werknemers die minimaal 100% en maximaal 110% van het wettelijk minimumloon verdienen.  (Met ingang van 1 januari 2017 € 1551,60 tot € 1706,76 bruto per maand.) Voor werknemers die meer dan 110%, maar maximaal 125% van het wettelijk minimumloon verdienen, krijgt u tot € 0,51 per uur, met een maximum van € 1.000 per jaar. Deze subsidie geldt voor werknemers van 23 jaar en ouder tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Bovendien dient de werknemer 1248 verloonde uren op jaarbasis te hebben.

Geschreven door: Brigitte Alsemgeest