Langere proeftijd onder vuur

19-12-2018

Het plan om een proeftijd van vijf maanden mogelijk te maken bij vaste contracten, heeft veel kritiek gekregen. De vraag is of deze maatregel uit het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans (WAB) behouden blijft.

Vanuit diverse hoeken is er stevige kritiek geuit op het voornemen van het kabinet om de mogelijkheden voor een proeftijd te verruimen. De Raad van State en vakbonden willen dat minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de wijziging in de Wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) schrapt. In een hoorzitting in de Tweede Kamer hebben ook wetenschappers en arbeidsjuristen geadviseerd de nieuwe proeftijdregels niet door te voeren. Er is angst voor misbruik van de regels door werkgevers en het is onzeker of de proeftijdwijzigingen tot meer vaste banen leiden. De werkgeversverenigingen zijn wel voorstander van de langere proeftijd.

Misbruik voorkomen

Dat veel partijen de langere proeftijd een slecht idee vinden, brengt de coalitiepartijen aan het twijfelen. In de toelichting op de WAB worden verschillende maatregelen benoemd, die de kans moeten verkleinen dat werkgevers de langere proeftijd gebruiken als variant van het tijdelijk contract.

Weetjes aanpassing proeftijd

De werkgever en werknemer kunnen straks een proeftijd van vijf maanden alleen in het eerste vaste contract afspreken. Wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst in de proeftijd opzegt en de werknemer krijgt daarna een functie met andere vaardigheden of verantwoordelijkheden, dan kan de proeftijd hoogstens twee maanden duren. Een vast contract dat de werkgever tijdens de proeftijd opzegt, telt onder de WAB mee voor de ketenbepaling voor tijdelijke contracten. Een concurrentiebeding kan hierbij ook niet in stand worden gehouden. Verder krijgt de werknemer bij opzegging in de proeftijd recht op een transitievergoeding, aangezien deze straks vanaf dag één van het dienstverband wordt opgebouwd.


Bron: Rendement