check map-marker close chevron-down phone twitter facebook envelope linkedin

Minimumloon en onbelaste reiskostenvergoeding al vanaf 2023 omhoog

13-06-2022

Het minimumloon gaat vanaf 1 januari 2023 in drie stappen omhoog. Ook de onbelaste reiskostenvergoeding stijgt per 1 januari 2023. Dat staat in de Voorjaarsnota.

Daarnaast wordt de 30%-regeling beperkt tot de Balkenende-norm.

Werknemers die vanuit een ander land naar Nederland komen om te werken kunnen dankzij de 30%-regeling maximaal 30 procent van hun loon onbelast ontvangen. Als gevolg van deze maatregel geldt de regeling nog tot maximaal de WNT-norm (Wet normering topinkomens). In 2022 is deze norm: 216.000 euro. Deze maatregel levert structureel 85 miljoen euro op en kent door een overgangsregeling een ingroeipad van drie jaar.

Onbelaste reiskostenvergoeding 1 jaar naar voren

De verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding wordt met een jaar versneld. De kosten hiervoor bedragen 200 miljoen euro in 2023 en 200 miljoen euro in 2024.

In het coalitieakkoord is aangegeven dat de onbelaste reiskostenvergoeding vanaf 1 januari 2024 in twee stappen wordt verhoogd: van €0,19 naar €0,21 en dan van €0,21 naar €0,23.

Nu de verhoging met een jaar versnelt, gaat het dus om €0,21 per 1 januari 2023 en €0,23 per 1 januari 2024.

Minimumloon in drie stappen omhoog

Het kabinet wil het wettelijke minimumloon met 7,5 procent verhogen in drie jaarlijkse stappen vanaf 2023. Dat is een jaar eerder dan in het coalitieakkoord was afgesproken. De hoogte van de AOW gaat meestijgen met dezelfde stappen.

Koppeling AOW aan verhoging WML

De hoogte van de AOW-uitkering wordt gekoppeld aan de stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumloon (WML) met in totaal 7,5 procent in 2025. Deze maatregel kost 2,4 miljard euro in 2027 en wordt voor 1,8 miljard euro gedekt door het stapsgewijs afschaffen van de Inkomensondersteuning AOW (IOAOW), het terugdraaien van de verhoging van de ouderenkorting en het afschaffen van de fiscale oudedagsreserve (FOR).

Terugdraaien verhoging ouderenkorting

Het terugdraaien van de verhoging van de ouderenkorting uit het coalitieakkoord met 376 euro levert 0,6 miljard euro op. Dit raakt ouderen met (hoge) middeninkomens, maar niet de laagste inkomens (zij verzilveren de ouderenkorting niet) en de hoogste inkomens (zij hebben geen recht op ouderenkorting).

Vervroeging stapsgewijze verhoging WML

De stapsgewijze verhoging van het wettelijk minimumloon (WML) met 7,5 procent in 2025 wordt een jaar eerder gestart en vindt plaats in drie stappen.

Terugdraaien doorwerking WML op arbeidskorting

Aan de lastenkant wordt het terugdraaien van de doorwerking van de WML-verhoging aangepast aan het nieuwe ritme van de WML-verhoging. Deze aanpassing van de arbeidskorting leidt in 2023 en 2024 tot een kleine meevaller.

2,5 procent stijging in 2023 en 2024

Het WML wordt jaarlijks verhoogd met 2,5 procent in zowel 2023 als 2024 en met 2,32 procent in 2025. In het coalitieakkoord is uitgegaan van een jaarlijkse verhoging 3,75 procent in 2024 en 3,615 procent in 2025.

De verhoging in 2023 vindt plaats door middel van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Hierdoor stijgen de loongerelateerde uitkeringen en het maximum dagloon automatisch mee. Dit leidt tot structureel hogere uitgaven.

De verhoging in 2024 en 2025 vindt plaats door middel van een wetswijziging. Conform coalitieakkoord stijgen de loongerelateerde uitkeringen en maximum dagloon in die jaren niet mee.

Publicatie van SalarisVanmorgen van 21 mei 2022