check map-marker close chevron-down phone twitter facebook envelope linkedin

Onvoorspelbaar werkpatroon – referentiedagen en -uren

08-05-2022

De werknemer mag vanaf 1 augustus werk weigeren te verrichten als dit valt buiten de overeengekomen referentiedagen en referentie-uren.

De richtlijn Transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de EU moet uiterlijk 1 augustus 2022 worden omgezet in het Nederlandse rechtssysteem. Het wetsvoorstel Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden geeft uitvoering aan de richtlijn.

De richtlijn bevat minimumvereisten voor arbeidsvoorwaarden, die onder meer zien op de voorspelbaarheid van het werk (artikel 10 van de richtlijn).

De richtlijn geeft in overweging 30 aan dat werknemers met een volledig of overwegend onvoorspelbaar werkpatroon moeten kunnen rekenen op een minimaal niveau van voorspelbaarheid als hun werkrooster hetzij direct, bijvoorbeeld doordat werkopdrachten worden toegewezen, hetzij indirect, bijvoorbeeld doordat van de werknemer wordt verlangd dat hij antwoordt op verzoeken van cliënten, grotendeels door de werkgever wordt bepaald. De richtlijn heeft niet nader gedefinieerd wat onder een geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon wordt verstaan.

De richtlijn maakt een onderscheid tussen arbeidsovereenkomsten op basis van de voorspelbaarheid van de momenten waarop arbeid moet worden verricht.

Werk weigeren

In artikel 10 van de richtlijn is bepaald dat, wanneer het merendeel van de uren, waarop arbeid moet worden verricht, onvoorspelbaar is, de werkgever direct of indirect bepaalt op welke momenten de arbeid moet worden verricht. Deze bepaling wordt geïmplementeerd in artikel 7:628b BW. De werkgever moet daarbij, op grond van dit artikel, rekening houden met het feit dat de werknemer de arbeid mag weigeren te verrichten als deze valt buiten de overeengekomen referentiedagen en referentie-uren.

Positie versterken

De gedachte achter het opnemen van deze rechten voor werkenden met een geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon, is het versterken van hun positie. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan werkenden met een nul-urenovereenkomst. In Nederland is met de Wet arbeidsmarkt in balans hier al een start mee gemaakt voor werkenden die werken op basis van een oproepovereenkomst. Een geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon gaat om de invloed die de werkgever heeft op de tijdstippen waarop moet worden gewerkt.

De richtlijn stelt geen termijn vast waarbinnen een oproep moet worden gedaan, alleen dat er wettelijk een redelijke termijn moet zijn opgenomen. Aangezien de termijn voor oproepovereenkomsten is vastgesteld op vier dagen, acht de regering het wenselijk om hierbij aan te sluiten.

Artikel 7:628b BW

Het nieuwe artikel 628b luidt volgens het wetsvoorstel als volgt:

  1. Dit artikel is van toepassing op arbeidsovereenkomsten waarvoor geldt dat de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht geheel of grotendeels onvoorspelbaar zijn.
  2. De werknemer kan slechts verplicht worden arbeid te verrichten op de dagen en uren, bedoeld in artikel 655, lid 1, onder i, onder 2°.
  3. Artikel 628a, leden 2 tot en met 4 en lid 11, zijn van overeenkomstige toepassing op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in lid 1.
  4. De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in dit artikel aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.

 

Artikel 7:655 BW, lid 1, onderdeel i

Het eerste lid, onderdeel i van artikel 655 komt te luiden:

i. indien de tijdstippen waarop de arbeid door de werknemer moet worden verricht:
1°. geheel of grotendeels voorspelbaar zijn, de duur van de normale dagelijkse of wekelijkse arbeidstijd en regelingen in verband met arbeid buiten de normale dagelijkse of wekelijkse arbeidstijd en het loon daarvoor en, in voorkomend geval, alle regelingen over het wisselen van  diensten; of
2°. geheel of grotendeels onvoorspelbaar zijn:
i. het beginsel dat de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht variabel zijn, het aantal gewaarborgde betaalde uren en het loon voor arbeid verricht boven op die gewaarborgde uren;
ii. de dagen en uren waarop de werknemer kan worden verplicht om arbeid te verrichten; en
iii. de termijnen die op grond van artikel 628b, lid 3, van toepassing zijn;.

Als het werkpatroon onvoorspelbaar is, moet de werkgever de werknemer informeren over de referentiedagen en -uren waarop de werknemer kan worden verplicht om te werken, de minimale termijn voor kennisgeving vóór de aanvang van het werk en het aantal gewaarborgde betaalde uren.

Werkpatroon

In de richtlijn is sprake van een «geheel of grotendeels onvoorspelbaar werkpatroon».

Werkpatroon is een in Nederlandse wetgeving onbekend begrip, daarom is bij de implementatie aangesloten bij het begrip: de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht. Dit begrip komt voor in artikel 628a, eerste lid. Daarin staat het volgende:

  1. Indien een arbeidsomvang van minder dan 15 uur per week is overeengekomen en de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd, dan wel indien sprake is van een oproepovereenkomst, heeft de werknemer voor iedere periode van minder dan drie uur waarin hij arbeid heeft verricht, recht op het loon waarop hij aanspraak zou hebben indien hij drie uur arbeid zou hebben verricht.

(Grotendeels) onvoorspelbare tijdstippen

Er is sprake van grotendeels onvoorspelbare tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht, als het merendeel van de arbeidstijd niet vooraf bekend is. Bij onvoorspelbare tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht, worden deze tijdstippen in overwegende mate direct of indirect door de werkgever bepaald.

Directe bepaling door de werkgever is aan de orde als de werkgever de opdrachten toedeelt. Indirecte bepaling is aan de orde als de werkgever verlangt dat werknemers antwoorden op de verzoeken van cliënten.

Referentiedagen en -uren bij start contract

Als het merendeel van de uren, waarop arbeid moet worden verricht, onvoorspelbaar is, bepaalt de werkgever direct of indirect op welke momenten de arbeid moet worden verricht. De werkgever moet daarbij, op grond van artikel 628b, rekening houden met het feit dat de werknemer de arbeid mag weigeren te verrichten als deze valt buiten de overeengekomen referentiedagen en referentie- uren. Deze referentiedagen en -uren zijn bij aanvang van de arbeidsovereenkomst verstrekt op grond van artikel 655, eerste lid, onder i, onder 2°.

Buiten deze referentiedagen kan de werknemer niet verplicht worden om arbeid te verrichten. Een bepaling met deze strekking is opgenomen in tweede lid.

Verzoek tenminste vier dagen van tevoren

Daarnaast moet de werkgever er rekening mee houden dat de werknemer de arbeid mag weigeren te verrichten als de werkgever kort voorafgaand aan de arbeid het verzoek doet tot het verrichten ervan. In de meeste gevallen geldt dat het verzoek tenminste vier dagen van tevoren moet zijn gedaan. Maar bij collectieve arbeidsovereenkomst kan deze termijn worden bekort. Daartoe is in het derde lid een verwijzing opgenomen naar artikel 628a, tweede tot en met vierde lid.

Voorspelbaar werkpatroon

Als de tijdstippen waarop arbeid moet worden verricht geheel of grotendeels voorspelbaar zijn, moet de volgende informatie over de tijdstippen worden verstrekt:

  • de duur van de normale arbeidstijd (naar week of dag, de regelingen voor arbeid buiten de dagelijkse of wekelijkse arbeidstijd (overwerk) inclusief de vergoedingen daarvoor; en
  • de regelingen inzake het ruilen van diensten of het krijgen van een ander rooster.

 

Overwerk wordt niet beschouwd als een onderdeel van de «normale dagelijkse of wekelijkse arbeidstijd». De regelingen ten aanzien van overwerk vallen echter wel onder de essentiële aspecten van de arbeidsovereenkomst. Dat is met de opname van deze bepaling in de richtlijn, en daarmee in de wet, geëxpliciteerd.

Een wisselend rooster of wisselende diensten doen geen afbreuk aan het grotendeels voorspelbare karakter van het werkpatroon.

Onvoorspelbaar werkpatroon

Als de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht geheel of grotendeels onvoorspelbaar zijn (onvoorspelbaar werkpatroon), geldt dat andere gegevens moeten worden verstrekt dan wanneer sprake is van een voorspelbaar werkpatroon.

Wanneer sprake is van een onvoorspelbaar werkpatroon, is toegelicht in de toelichting bij artikel 628b. In onderdeel i, in de tweede zin, is een opsomming opgenomen van welke gegevens dan moeten worden verstrekt. Overweging 21 van de richtlijn voegt daaraan toe dat de werkgever de werknemers informeert over de manier waarop hun werktijden worden bepaald.

Termijnen

Onderdeel 3° van de opsomming in artikel 655 verwijst naar de termijn om de oproep om arbeid te verrichten en de termijn waarbinnen de oproep om arbeid te verrichten kan worden gewijzigd of ingetrokken, zonder dat de aanspraak op loon daardoor wijzigt. Beide termijnen zijn genoemd in artikel 628a. Deze termijnen gelden voor oproepovereenkomsten. Beide termijnen kunnen op grond van artikel 628a, vierde lid, worden verkort. Indien sprake is van een verkorting van de termijn, wordt de verkorte termijn vermeld.

Publicatie van SalarisVanmorgen van 25 april 2022.